Hoe liften veilig te produceren, te installeren en te onderhouden is vastgelegd in normen, wet en regelgeving. Deze komen tot stand door overleg goed overleg tussen de belanghebbenden. In het CCvDL (Centraal College van Deskundigen Liften) zijn alle belanghebbenden vertegenwoordigd, liftbedrijven, werknemers, eigenaren en overheid. Samen beoordelen zij nieuwe voorstellen en voorzien deze van commentaar. Een aantal nieuwe normen krijgen kracht van wet, andere worden een algemeen geaccepteerde standaard. Om een nieuwe lift in gebruik te nemen moet deze voldoen aan een reeks van normen evenals wet- en regelgeving. De lift wordt echter geplaatst in een bouwkundige omgeving. Derhalve moet ook de omgeving waarin de lift wordt geplaatst voldoen aan specifieke eisen om de lift veilig te laten zijn voor gebruiker en monteur. In bestaande situaties gelden andere regels dan bij nieuwbouw.

Er zijn veel normen, wet en regelgeving rondom liften geschreven
In het bouwbesluit waarin staat wanneer is een personenlift gebouwd onder de liftenrichtlijn verplicht is, en wanneer een plateaulift gebouwd onder de machinerichtlijn mag worden toegepast. Ook vermeld het bouwbesluit dat liften die een verblijfsgebied 20 meter boven peil bedienen moeten zijn uitgevoerd als brandweerlift conform de EN 81-72. Daar deze norm bijzondere eisen stelt aan de bouwkundige omgeving is overleg tussen architect en liftleverancier in de ontwerpfase belangrijk. Ook moet worden voorkomen dat een brand in een gebouw zich kan verspreiden via de liftschacht. De EN 81-58 beschrijft waaraan liftdeuren moeten voldoen om dit te voorkomen, en het bouwbesluit wanneer deze moeten worden toegepast.  Verder dienen liften in geval van brand, als zij geen brandweerlift zijn, zich op een bepaalde manier te gedragen. Hoe dit gedrag moet zijn is uitgewerkt in de EN 81-73.
 
Producten moeten volgens huidige wetgeving worden afgestemd op verwacht toekomstig gebruik. Indien een lift wordt geplaatst in een gebouw waar vandalisme te verwachten is moet hier dan ook rekening mee worden gehouden. De norm EN 81-71 beschrijft waaraan een lift moet voldoen om deze optimaal tegen vandalisme te wapenen.
 
Hetzelfde geld voor te verwachten gebruik door minder validen. De EN 81-70 is een norm waarin is uitgewerkt waaraan liften moeten voldoen om de lift geschikt te maken voor mensen met een lichamelijke, visuele en auditieve handicap. Volgens het door Nederland ondertekende verdrag van Amsterdam is discriminatie verboden. Derhalve is met name in de publieke sector deze EN 81-70 een norm om rekening mee te houden.
 
Voor de gebruiker van het gebouw is het van belang dat een lift over voldoende vervoerscapaciteit beschikt. In de norm NEN 5080 zijn de eisen rondom vervoersklassen uitgewerkt. Zo is in deze norm beschreven dat een lift geplaatst in een gebouw wat wordt gebouwd voor senioren of minder validen moet voldoen aan de vervoersklasse 1. Dit omdat er voldoende vervoerscapaciteit moet zijn om in bijvoorbeeld een noodgeval snel het gebouw te kunnen evacueren. 
 
Naast deze normen waarin veiligheid en functionaliteit zijn uitgewerkt zijn er normen en praktijkrichtlijnen waarin is uitgewerkt hoe bijvoorbeeld geluidsoverlast in verblijfsgebieden, lees slaapkamers en woonkamers van appartementen, kan worden voorkomen, de NPR 5073.
 
Keurende instanties (NOBO’s) controleren alleen of de lift voldoet aan de Richtlijn Liften. Een lift met certificaat is derhalve nog geen lift die voldoet aan de gestelde eisen. Voorkomen is beter dan genezen. Helaas ontvangen wij te vaak aanvragen waar in een vergevorderd stadium de lift wordt aangevraagd. Herstellen is soms niet meer mogelijk of kost veel tijd en geld.
 
Van belang is dat in een vroegtijdig stadium afstemming plaatsvindt tussen architect, (toekomstig) eigenaar c.q. gebruiker, aannemer en een adviseur. Daar liften onze kerncompetentie zijn kunt u in deze van Liftconsult een gedegen advies verwachten. Onze adviseurs staan voor u klaar.
 
Bron: Liftconsult, uw partner in onafhankelijk liftadvies en roltrapadvies
 
 

Gerelateerde artikelen